Jarenlang ging de trend richting strak: rechte lijnen, grind, een enkele soort siergras en verder niets dat de orde verstoort. Die tuinen zie je nog volop, maar de border krijgt er dit jaar iets bij terug wat we een tijd kwijt waren: rommeligheid met een plan. De cottagetuin is terug, en dan niet de nette Engelse versie uit de jaren negentig, maar een losser, kleuriger broertje dat net zo goed in een rijtjeshuistuin past als in een landelijke achtertuin.
Waarom de strakke tuin plaatsmaakt voor een wilde border
De verschuiving komt niet uit het niets. Tuinontwerpers zien al langer dat mensen hun tuin minder als decorstuk behandelen en meer als plek om echt te zitten, te eten en te oogsten. Wie zijn terras al als buitenkamer inricht, wil dat de border ernaast hetzelfde gevoel van warmte uitstraalt in plaats van een streng vlak groen te blijven. Daar komt bij dat strakke tuinen met veel bestrating en weinig beplanting steeds vaker ter discussie staan, simpelweg omdat ze weinig doen voor insecten en de tuin sneller opwarmt. Een volle border met verschillende hoogtes en bloeitijden lost dat vanzelf op.
Deze kleuren voeren de boventoon in de border
Waar de laatste jaren zwart, antraciet en wit de boventoon voerden in tuinmeubels en potten, verschuift de aandacht nu naar de beplanting zelf. Denk aan paars, lila, terracotta en oranje, met hier en daar een donker accent om het geheel diepte te geven. Het is bewust minder ingetogen dan de pastelkleuren van een paar jaar terug, de border mag weer opvallen. Dat kleurgebruik werkt trouwens goed samen met warme sfeerverlichting in de tuin, die de kleuren 's avonds extra laat gloeien in plaats van ze plat te belichten met een felle buitenlamp.
Groenten en kruiden tussen de bloemen
Een tweede kenmerk van de cottagetuin 2.0 is dat de scheiding tussen moestuin en siertuin vervaagt. Basilicum, pompoenbladeren en aardbeienplanten staan gewoon tussen de dahlia's en de zonnebloemen, zodat je tegelijk kunt plukken en oogsten. Nederlandse tuinontwerpers noemen dat inmiddels "plukgeluk": het idee dat een border pas af is als je er ook iets uit mee naar binnen kunt nemen, of dat nou een bosje bloemen is of een handvol munt voor bij de thee. Praktisch voordeel: kruiden en groenten tussen bloemen groeien vaak juist beter, omdat de afwisseling plagen minder kans geeft om zich te verspreiden. Bovendien houd je zo een border die nooit helemaal kaal oogt: is de pioenroos uitgebloeid, dan staat de courgetteplant er inmiddels vol in het blad bij.
Deze planten maken de cottage-look
Je hoeft niet meteen de hele tuin om te gooien om het effect te krijgen. Een paar vaste planten doen al veel werk. Lupine (Lupinus) is dit seizoen het meest genoemd, met opvallende bloeiaren in paars, roze en wit die de border meteen hoogte geven. Prachtkaars (Gaura lindheimeri) bloeit de hele zomer door en beweegt sierlijk mee met de wind, wat een border meteen minder stijf laat aanvoelen. Steppensalie (Salvia nemorosa) is compact, tegen droogte bestand en levert wekenlang paarse bloemaren, en duizendblad (Achillea) trekt vlinders aan en bloeit uitbundig in warme tinten. Combineer een paar van deze soorten en je hebt zonder ingewikkeld ontwerp al een border die het hele seizoen wat te bieden heeft. Wie meer over de herkomst van deze stijl wil weten, kan terecht bij de geschiedenis van de cottage garden, die al eeuwenlang draait om nut en overvloed in plaats van strakke symmetrie.
Zo voorkom je dat het rommelig aanvoelt
Het risico van deze stijl is dat een border zonder structuur al snel oogt als een verwilderd stuk grond in plaats van een bewust ontworpen plek. De truc zit in herhaling: plant dezelfde soort op minstens drie plekken in de border, zodat het oog een patroon herkent tussen alle kleur. Houd daarnaast rekening met hoogte, met de hoogste planten achterin of in het midden bij een eilandbed, en zorg voor minstens één blijvend groen element zoals een buxusbol of siergras, zodat de border er ook in de winter nog uitziet als iets. Zonder dat anker valt de hele compositie in het najaar plat uit elkaar. Werk je met een klein tuintje, houd de border dan smal maar diep in plaats van breed, zodat je toch met meerdere lagen kunt spelen zonder dat het gazon volledig verdwijnt.
Dit najaar leg je de basis voor volgend voorjaar
Het mooie van vaste planten als lupine, prachtkaars en steppensalie is dat je ze het beste in september of oktober kunt planten, zodat ze de winter gebruiken om wortel te schieten voordat ze in het voorjaar losbarsten. Wacht je tot maart, dan loop je een heel groeiseizoen achter. Combineer de nieuwe border met een zithoek dicht bij de grond en je hebt in één klap de twee tuintrends van dit jaar te pakken: kleur die je ziet, en een plek waar je ook echt in gaat zitten.